Vocabulaireverzameling Unit 1: Hallo in Groep 3: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Unit 1: Hallo' in 'Groep 3' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /ænd/
(conjunction) en, bovendien
Voorbeeld:
He bought apples and oranges.
Hij kocht appels en sinaasappels.
/baɪ/
(exclamation) dag, doei;
(noun) bye, vrijstelling
Voorbeeld:
See you later, bye!
Tot ziens, dag!
/faɪn/
(adjective) fijn, uitstekend, goed;
(noun) boete, geldstraf;
(verb) beboeten, een boete opleggen;
(adverb) prima, goed
Voorbeeld:
This is a fine example of ancient pottery.
Dit is een fijn voorbeeld van oud aardewerk.
/haɪ/
(interjection) hoi, hallo
Voorbeeld:
Hi, how are you doing today?
Hoi, hoe gaat het vandaag?
/ɡʊdˈbaɪ/
(exclamation) tot ziens, vaarwel;
(noun) afscheid, vaarwel
Voorbeeld:
She waved and said, "Goodbye!"
Ze zwaaide en zei: "Tot ziens!"
/heˈloʊ/
(interjection) hallo, hé;
(noun) hallo, groet;
(verb) groeten, hallo zeggen
Voorbeeld:
Hello, how are you today?
Hallo, hoe gaat het vandaag met je?
/mɪs/
(verb) missen, vermissen, verlangen naar;
(noun) mevrouw, juffrouw
Voorbeeld:
He swung the bat and missed the ball.
Hij zwaaide met de knuppel en miste de bal.