Avatar of Vocabulary Set A1 - Getallen 0 t/m 100

Vocabulaireverzameling A1 - Getallen 0 t/m 100 in Niveau A1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'A1 - Getallen 0 t/m 100' in 'Niveau A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

one

/wʌn/

(number) één;

(pronoun) één, degene

Voorbeeld:

I have one apple.
Ik heb één appel.

two

/tuː/

(number) twee

Voorbeeld:

I have two apples.
Ik heb twee appels.

three

/θriː/

(number) drie

Voorbeeld:

I have three apples.
Ik heb drie appels.

four

/fɔːr/

(number) vier

Voorbeeld:

There are four seasons in a year.
Er zijn vier seizoenen in een jaar.

five

/faɪv/

(number) vijf;

(noun) vijftal, groep van vijf

Voorbeeld:

She counted five apples in the basket.
Ze telde vijf appels in de mand.

six

/sɪks/

(number) zes

Voorbeeld:

There are six apples in the basket.
Er liggen zes appels in de mand.

seven

/ˈsev.ən/

(number) zeven

Voorbeeld:

There are seven days in a week.
Er zijn zeven dagen in een week.

eight

/eɪt/

(number) acht, 8

Voorbeeld:

There are eight planets in our solar system.
Er zijn acht planeten in ons zonnestelsel.

nine

/naɪn/

(number) negen, het getal negen

Voorbeeld:

There are nine planets in our solar system (formerly).
Er zijn negen planeten in ons zonnestelsel (voorheen).

ten

/ten/

(number) tien;

(noun) tiental, groep van tien

Voorbeeld:

She counted ten apples in the basket.
Ze telde tien appels in de mand.

eleven

/əˈlev.ən/

(number) elf

Voorbeeld:

There are eleven players on a soccer team.
Er zijn elf spelers in een voetbalteam.

twelve

/twelv/

(number) twaalf;

(noun) twaalf

Voorbeeld:

There are twelve months in a year.
Er zijn twaalf maanden in een jaar.

thirteen

/θɝːˈtiːn/

(number) dertien

Voorbeeld:

There are thirteen students in the class.
Er zijn dertien studenten in de klas.

fourteen

/ˌfɔːrˈtiːn/

(number) veertien

Voorbeeld:

There are fourteen days in two weeks.
Er zijn veertien dagen in twee weken.

fifteen

/ˌfɪfˈtiːn/

(number) vijftien;

(noun) vijftien, het getal 15

Voorbeeld:

There are fifteen students in the class.
Er zijn vijftien studenten in de klas.

sixteen

/ˌsɪkˈstiːn/

(number) zestien

Voorbeeld:

She is sixteen years old.
Ze is zestien jaar oud.

seventeen

/ˌsev.ənˈtiːn/

(number) zeventien

Voorbeeld:

She is seventeen years old.
Ze is zeventien jaar oud.

eighteen

/ˌeɪˈtiːn/

(number) achttien, 18

Voorbeeld:

She will turn eighteen next month.
Ze wordt volgende maand achttien.

nineteen

/ˌnaɪnˈtiːn/

(number) negentien

Voorbeeld:

There are nineteen students in the class.
Er zijn negentien studenten in de klas.

twenty

/ˈtwen.t̬i/

(number) twintig;

(noun) twintigje, biljet van twintig

Voorbeeld:

There are twenty students in the class.
Er zijn twintig studenten in de klas.

thirty

/ˈθɝː.t̬i/

(number) dertig

Voorbeeld:

She is thirty years old.
Ze is dertig jaar oud.

forty

/ˈfɔːr.t̬i/

(number) veertig

Voorbeeld:

She turned forty last month.
Ze is vorige maand veertig geworden.

fifty

/ˈfɪf.ti/

(number) vijftig;

(noun) vijftigje, biljet van vijftig

Voorbeeld:

She is fifty years old.
Ze is vijftig jaar oud.

sixty

/ˈsɪk.sti/

(number) zestig;

(plural noun) jaren zestig

Voorbeeld:

She is sixty years old.
Ze is zestig jaar oud.

seventy

/ˈsev.ən.t̬i/

(number) zeventig

Voorbeeld:

She is seventy years old.
Ze is zeventig jaar oud.

eighty

/ˈeɪ.t̬i/

(number) tachtig

Voorbeeld:

She is eighty years old.
Ze is tachtig jaar oud.

ninety

/ˈnaɪn.t̬i/

(number) negentig, 90

Voorbeeld:

The speed limit is ninety miles per hour.
De snelheidslimiet is negentig mijl per uur.

hundred

/ˈhʌn.drəd/

(number) honderd;

(plural noun) honderden

Voorbeeld:

There are one hundred cents in a dollar.
Er zijn honderd cent in een dollar.

zero

/ˈzɪr.oʊ/

(noun) nul, niets;

(adjective) nul, onbestaand;

(verb) op nul zetten, kalibreren

Voorbeeld:

The temperature dropped to zero degrees Celsius.
De temperatuur daalde tot nul graden Celsius.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland